Bewijsmateriaal 5

Boekenronde – krachtig evalueren

Om mijn evaluatiepraktijk doelgericht en krachtig vorm te geven, vertrok ik vanuit een kritische blik op mijn eerdere aanpak van de boekenronde in mijn klas. De leerlingen hadden al eerder een boekenronde gedaan en wisten dus hoe dit in zijn werk ging. Deze werd toen vooral summatief aangepakt, waarbij de nadruk lag op het eindresultaat. Ik merkte echter dat deze manier van evalueren enkele beperkingen had.

Zo viel het op dat de evaluatie niet altijd even eerlijk verliep. Sommige leerlingen kregen thuis veel hulp bij de voorbereiding, waardoor ouders een groot deel van het werk overnamen. Hierdoor konden deze leerlingen tijdens hun presentatie minder zelfstandig vertellen over hun boek. Aan de andere kant waren er ook leerlingen die weinig tot geen ondersteuning kregen, onder andere door een taalbarrière. Dit zorgde ervoor dat zij het moeilijker hadden om zich voor te bereiden. Op die manier gaf de boekenronde niet altijd een correct beeld van wat de leerlingen zelf konden. Daarnaast had ik als leerkracht weinig zicht op het proces dat voorafging aan de presentatie, omdat de focus vooral op het eindproduct lag.

Vanuit deze vaststellingen heb ik ervoor gekozen om de boekenronde voor het zomerrapport anders aan te pakken. Na de paasvakantie kregen de leerlingen de opdracht om een boek mee te brengen dat ze gelezen hadden. Deze keer werd de opdracht meer procesgericht opgebouwd, zodat ik niet enkel het eindresultaat kon bekijken, maar ook hoe leerlingen tot dat resultaat kwamen.

In de schrijfles gingen de leerlingen aan de slag met het maken van een mindmap over hun boek. Ze werkten hierbij in groepjes van vier en kregen ondersteuning van de zorgleerkracht en Katrien van Pilar (leersteuncentrum). In de mindmap moesten ze de belangrijkste elementen van hun boek verwerken, zoals de personages, de plaats waar het verhaal zich afspeelt en het verloop van het verhaal (begin, midden en einde). Dit gaf mij een eerste beeld van hun leesbegrip en hoe goed ze informatie konden structureren.

Tijdens deze fase werd er bewust gedifferentieerd. Leerlingen die het moeilijk hadden, kregen een ondersteuningsblad met gerichte vragen, zoals “Wie zijn de belangrijkste personages?” en “Wat gebeurt er eerst, daarna en op het einde?”. Dit hielp hen om hun mindmap stap voor stap op te bouwen. Leerlingen die het moeilijk vonden om alles neer te schrijven, mochten gebruikmaken van tekeningen. Op die manier konden ze hun ideeën toch weergeven, op voorwaarde dat ze hierover nadien mondeling konden vertellen.

Tijdens het werken aan de mindmap gaf ik tussendoor feedback op post-its. Dit waren korte, gerichte tips om hen verder te helpen, bijvoorbeeld rond structuur of inhoud. De leerlingen kregen daarna de kans om hun mindmap aan te passen. Ze moesten hun aanvullingen in het groen schrijven, zodat duidelijk zichtbaar was wat ze met de feedback hadden gedaan. Op die manier kon ik goed opvolgen wie actief met feedback aan de slag ging en hoe hun werk evolueerde.

De presentatie vond niet op dezelfde dag plaats, maar later die week. Dit gaf de leerlingen de kans om thuis verder te oefenen aan de hand van hun mindmap. Hierdoor werd de brug gemaakt tussen de klas en de thuissituatie en kregen leerlingen extra tijd om hun voorbereiding te versterken.

Door deze aanpak kreeg ik een duidelijk beeld van de beginsituatie van de leerlingen én van hun groei doorheen het proces. Hiermee toon ik aan dat ik het kerndoel 1.1 Achterhaalt de beginsituatie van de lerende en de leergroep behaald heb.

Op basis van deze beginsituatie formuleerde ik duidelijke doelen voor de opdracht. Deze werden samen met de leerlingen overlopen en visueel voorgesteld met drie smileys, zodat het voor iedereen begrijpelijk was. Zo werd er bijvoorbeeld verwacht dat leerlingen hun boek gestructureerd konden voorstellen en dat ze duidelijk en verstaanbaar konden spreken voor de klas. Doordat de doelen vooraf besproken werden, wisten de leerlingen goed wat er van hen verwacht werd. Hiermee toon ik aan dat ik het kerndoel 1.2 Kiest en formuleert gericht doelstellingen behaald heb.

De activiteit werd opgebouwd in verschillende stappen: het lezen van het boek thuis, het maken van de mindmap in de klas, het verwerken van feedback en de uiteindelijke presentatie op een later moment. Deze opbouw zorgde voor structuur en maakte het mogelijk om het leerproces goed op te volgen.

De evaluatie werd bewust gespreid over verschillende momenten en contexten. De mindmapen de tussentijdse feedbackmomenten vormden de formatieve evaluatie. Hierbij lag de nadruk op het ondersteunen van het leerproces en het bijsturen waar nodig. Tijdens deze fase observeerde ik als leerkracht actief en hield ik rekening met de evolutie van de leerlingen.

De uiteindelijke boekenronde werd summatief geëvalueerd. Hierbij werd gekeken in welke mate de leerlingen de vooropgestelde doelen bereikt hadden. Voor deze evaluatie werkte ik met duidelijke criteria, zoals de inhoud van het boek, de opbouw van de presentatie, de spreekvaardigheid en de creatieve verwerking. Deze criteria sloten rechtstreeks aan bij de doelen, waardoor de evaluatie valide was. Doordat alle leerlingen volgens dezelfde criteria beoordeeld werden, werd ook de betrouwbaarheid verhoogd.

Daarnaast werd er breed geëvalueerd. Er werd niet enkel gekeken naar kennis (de inhoud van het boek), maar ook naar vaardigheden (spreken voor een groep) en attitudes (zoals inzet en voorbereiding). Het proces werd door mij als leerkracht opgevolgd en meegenomen in de beoordeling. Hiermee toon ik aan dat ik het kerndoel 1.8 Observeert en evalueert het proces en product behaald heb.

Binnen de evaluatie was er ook ruimte voor differentiatie. Leerlingen mochten zelf kiezen hoe ze hun boek creatief verwerkten, bijvoorbeeld via een kijkdoos, een strip of een toneelstukje. Daarnaast werd er ondersteuning geboden waar nodig, bijvoorbeeld via het ondersteuningsblad of extra begeleiding. Op deze manier werd rekening gehouden met de verschillen binnen de klas en werd een leeromgeving gecreëerd waarin elke leerling kon groeien. Hiermee toon ik aan dat ik het kerndoel 1.7 Creëert een ontwikkelingsbevorderende leeromgeving voor elke lerende behaald heb.

Tijdens de presentatie werden leerlingen ook betrokken bij de evaluatie van het eindproduct. Na elke voorstelling gaf één leerling een tip en een andere leerling een top. Deze feedback werd gekoppeld aan de vooraf besproken criteria. Het proces zelf werd echter enkel door mij als leerkracht geëvalueerd.

Tot slot stimuleerde ik het eigenaarschap van de leerlingen. Zij kregen de kans om zelf een boek te kiezen en hun presentatie vorm te geven. Door hen actief te betrekken bij de evaluatie van het eindproduct en hen verantwoordelijkheid te geven in hun voorbereiding, werden zij gestimuleerd om hun eigen leerproces in handen te nemen. Hiermee toon ik aan dat ik het kerndoel II.4 Stimuleert leergierigheid en eigenaarschap behaald heb.