Bewijsmateriaal 4
Differentiëren – stage 5de leerjaar

Als bewijsmateriaal voor het werken rond differentiatie kies ik voor het feedbackformulier van mijn stagementor in het vijfde leerjaar. Tijdens deze stage heb ik zeer bewust stilgestaan bij hoe ik kan differentiëren binnen een klascontext waarin de leerstof merkbaar complexer en abstracter is dan in de onderbouw. Ik heb hierbij doelgericht gewerkt rond het ondersteunen van leerlingen die moeilijkheden ervaren, maar ook rond het bieden van voldoende uitdaging aan sterkere leerlingen.
Voor de start van mijn stage heb ik bewust tijd genomen om de beginsituatie van de klasgroep grondig in kaart te brengen (kerndoel 1.1 Achterhaalt de beginsituatie van de lerende en de leergroep). Concreet heb ik vier lesuren geobserveerd, waaronder lessen taal, wiskunde en spelling. Tijdens deze observaties had ik aandacht voor de verschillen in werkhouding, betrokkenheid, tempo en niveau binnen de klas. Nadien ging ik in gesprek met de klasleerkracht om bijkomende informatie te verzamelen over de leerlingen, zoals hun talenten, interesses en specifieke noden. Daarnaast raadpleegde ik het leerlingvolgsysteem via Questi en voerde ik informele gesprekken met leerlingen tijdens toezichtmomenten. Op basis van al deze input kreeg ik een duidelijk beeld van de klasgroep, wat essentieel was om mijn lessen doelgericht te kunnen afstemmen.
Vanuit deze beginsituatie ben ik doelgericht lesdoelen gaan selecteren en formuleren (kerndoel 1.2 Kiest en formuleert gericht doelstellingen). Ik vertrok steeds vanuit de leerplandoelen en dacht na over hoe alle leerlingen deze doelen konden bereiken, elk op hun eigen niveau. Hierbij hield ik bewust rekening met differentiatiemogelijkheden, zodat elke leerling kon werken aan hetzelfde doel, maar via een aangepaste aanpak.
Bij het uitwerken van mijn lessen selecteerde ik leerinhouden en werkvormen die aansloten bij de noden van de klasgroep (kerndoel 1.3 Selecteert doelgericht leerinhouden en leerervaringen). Zo werkte ik tijdens een remediëringsles Frans rond werkwoorden met een gedifferentieerde aanpak. De leerlingen werkten in groepjes van twee en kregen twee dobbelstenen: één met persoonlijke voornaamwoorden en één met werkwoorden. Op basis van hun eigen inschatting konden ze kiezen tussen twee opdrachten. Enerzijds was er een opdracht waarbij de vervoegde werkwoorden reeds gegeven waren en leerlingen het juiste antwoord moesten herkennen. Anderzijds was er een meer uitdagende opdracht waarbij leerlingen zelf de werkwoorden moesten vervoegen. Op deze manier werkten alle leerlingen aan hetzelfde doel, maar op een niveau dat aansloot bij hun eigen leerbehoeften.
Ook in mijn lessen wiskunde paste ik differentiatie toe door te vertrekken vanuit concrete materialen en herkenbare contexten (kerndoel 1.4 Ontwerpt een krachtige leeromgeving). Bij een les rond kortingen bracht ik bijvoorbeeld boeken en videogames mee om de leerstof visueel en concreet te maken. Daarnaast voorzag ik hulpkaarten die leerlingen zelfstandig konden raadplegen. Voor leerlingen die nood hadden aan extra ondersteuning organiseerde ik verlengde instructie, waarbij ik de leerstof opnieuw uitlegde in kleinere stappen. Zij kregen ook aangepaste oefeningen waarin de leerstof meer gestructureerd werd opgebouwd. Leerlingen die sneller klaar waren, kregen verdiepende opdrachten zodat ook zij voldoende uitgedaagd werden.
Bij het organiseren van mijn lessen hield ik rekening met gepaste werk- en groeperingsvormen (kerndoel 1.5 Hanteert gepaste werkvormen en groeperingsvormen). Door de grootte van de klasgroep (26 leerlingen) en de beperkte klasruimte koos ik er vaak voor om in duo’s te werken. Hierbij varieerde ik bewust tussen homogene en heterogene groepen. In sommige situaties was het zinvol om leerlingen met een gelijkaardig niveau samen te laten werken, bijvoorbeeld tijdens remediëring. In andere gevallen combineerde ik leerlingen met verschillende niveaus, zodat zij elkaar konden ondersteunen en van elkaar konden leren.
Daarnaast werkte ik ook doelgericht aan evaluatie en feedback (kerndoel 1.6 Evalueert doelgericht en stuurt bij). Ik maakte gebruik van wisbordjes, korte quizmomenten en exit tickets om snel zicht te krijgen op het begrip van de leerlingen. Deze informatie gebruikte ik om mijn instructie onmiddellijk bij te sturen waar nodig. Op die manier volgde ik de handleiding niet blindelings, maar stemde ik mijn les voortdurend af op de noden van de klasgroep.
Binnen mijn aanpak stond binnenklasdifferentiatie centraal (kerndoel 1.7 Creëert een ontwikkelingsbevorderende leeromgeving voor elke lerende). Ik vertrok vanuit het principe dat alle leerlingen aan dezelfde doelen werken, maar dat de weg ernaartoe kan verschillen. Concreet betekende dit dat ik varieerde in instructie (verlengde instructie), verwerking (keuze-opdrachten, aangepaste werkbladen) en ondersteuning (hulpkaarten, visuele materialen). Deze aanpak sluit aan bij het BKD-leerkrachtmodel, waarbij de leerkracht doelgericht inspeelt op verschillen binnen de klas en bewust keuzes maakt in instructie, leerinhouden en begeleiding.
Tot slot heb ik tijdens mijn stage ook sterk ingezet op mijn eigen professionele groei (kerndoel 11.4 Leergierigheid en eigenaarschap). In het feedbackformulier van mijn mentor werd aangegeven dat het aanbieden van visuele ondersteuning een werkpunt was. Ik heb deze feedback meteen ter harte genomen en mijn lessen hierop aangepast. Zo werkte ik vaker met concrete materialen, visuele stappenplannen en hulpkaarten. Mijn mentor gaf aan dat deze bijsturing duidelijk zichtbaar was en dat ik openstond voor feedback en hier actief mee aan de slag ging.
Samenvattend kan ik stellen dat ik tijdens deze stage doelgericht heb gewerkt aan differentiatie binnen mijn lessen. Door de beginsituatie grondig te analyseren, doelstellingen bewust te formuleren en mijn aanpak hierop af te stemmen, slaagde ik erin om een leeromgeving te creëren waarin alle leerlingen kansen kregen om te groeien op hun eigen niveau.
Maak jouw eigen website met JouwWeb